Mentoraat

Alle klassen hebben één mentor, die de leerlingen begeleidt. Sommige klassen hebben twee mentoren. Of een klas één of twee mentoren heeft, hangt af van de financiële en organisatorische mogelijkheden. De mentoren coachen de leerlingen op hun persoonlijke ontwikkeling en op de ontwikkeling van hun leren. Daarnaast begeleiden zij de leerlingen bij hun loopbaanontwikkeling. De leerling staat centraal en speelt een actieve rol in het proces. De coaching moet leerlingen leren de goede vragen te stellen en moet leiden tot zelfredzaamheid. De mentoren begeleiden ook het groepsproces in de klas en organiseren mentoractiviteiten. Zij onderhouden contacten met de ouders, overleggen met de docenten en verzorgen de rapporten. De mentor is hét aanspreekpunt voor ouders en het is de bedoeling dat ouders zich met vragen altijd eerst tot de mentor wenden.


Extra begeleiding
Als er extra aandacht voor een leerling nodig is, wordt dit geregeld via de mentoren van de leerling. Dit geldt voor leerproblemen en dyslexie, maar ook voor vragen op sociaal-emotioneel gebied. Op het gebied van dyslexie gebruiken we een
dyslexieprotocol. Hierin staat beschreven op welke manier we ondersteuning bieden en wie daarvoor in aanmerking kan komen. Er zijn leerlingen die problemen ervaren in de omgang met anderen. Sommigen raken in pestsituaties verzeild, anderen hebben vooral weinig zelfvertrouwen. Ook zijn er leerlingen die veel last hebben van spanning bij toetsen. De docenten en mentoren verzorgen in principe de leerlingbegeleiding. Bij specifieke problemen wordt de hulp van de leerlingencoördinator of de orthopedagoog ingeschakeld. In geval van pesten hanteren we een pestprotocol.

Er zijn ook twee vertrouwens(contact)persoon op school aanwezig, met wie leerlingen in gesprek kunnen als ze hun verhaal niet kwijt kunnen of durven bij docenten in hun directe omgeving. De vertrouwens(contact)persoon kan dan zorgen voor doorverwijzing naar eventuele instanties buiten de school.